Uitzonderingen voor vervangend vervoer, kortdurende autoverhuur en lesauto’s
Kabinet past pseudo-eindheffing aan
Het kabinet komt met aanpassingen op de aangekondigde pseudo-eindheffing voor zakelijke auto’s. Er komt onder meer een uitzondering voor vervangend vervoer en kortdurende zakelijke autoverhuur. Ook lesauto’s krijgen een gerichte vrijstelling. Dat blijkt uit de brief over autobelastingen die staatssecretaris Eerenberg op maandag 22 juni aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Uitzondering voor vervangend vervoer
In de oorspronkelijke plannen zouden werkgevers vanaf 1 januari 2027 pseudo-eindheffing moeten betalen wanneer een werknemer tijdelijk een vervangende brandstofauto gebruikt tijdens onderhoud, reparatie of schadeherstel. In de praktijk zou dat voor veel werkgevers en autobedrijven moeilijk uitvoerbaar zijn.
De vervangende huurvloot kan namelijk niet binnen enkele maanden volledig worden geëlektrificeerd. Daarnaast zou er veel extra administratie ontstaan, omdat werkgevers precies zouden moeten bijhouden of een vervangende auto elektrisch is of niet.
Om dit te voorkomen, introduceert het kabinet een gerichte uitzondering voor vervangende auto’s die maximaal veertien aaneengesloten kalenderdagen worden ingezet. Binnen die periode maakt het niet uit of het voertuig elektrisch rijdt of een brandstofmotor heeft. Er hoeft in dat geval geen pseudo-eindheffing te worden betaald.

Kortdurende zakelijke autoverhuur ook tijdelijk uitgezonderd
Naast vervangend vervoer komt er ook een tijdelijke uitzondering voor andere vormen van korte zakelijke inzet. Deze uitzondering geldt tot 1 januari 2031 en is beperkt tot een terbeschikkingstelling van maximaal zeven aaneengesloten kalenderdagen.
Daarbij geldt wel een belangrijke beperking: de uitzondering mag maximaal één keer per kalenderjaar per auto, per kenteken en per werkgever worden toegepast. Het kabinet wil hiermee voorkomen dat werkgevers de pseudo-eindheffing ontwijken door steeds kortdurende wisselingen van auto’s te organiseren.
Voor zakelijke auto’s die langer dan zeven dagen ter beschikking worden gesteld, blijft de pseudo-eindheffing vanaf 1 januari 2027 wel gelden. Dit betekent dat onder andere vrijwel alle shortleasecontracten en voorloopauto’s onder de regeling blijven vallen.
Lesauto’s krijgen gerichte vrijstelling
Ook voor lesauto’s komt er een gerichte vrijstelling. Hiermee wordt er voorkomen dat rijscholen anders geconfronteerd worden met een zware administratieve verplichting.
Daarbij speelt mee dat lesauto’s niet op korte termijn massaal kunnen worden vervangen door elektrische voertuigen. Veel leerlingen moeten immers nog leren rijden en schakelen in een auto met handgeschakelde versnellingsbak.
Overgangstermijn loopt tot 1 januari 2031
Op verzoek van het bedrijfsleven wordt de einddatum van de overgangsperiode aangepast. In plaats van 17 september 2030 eindigt deze nu op 1 januari 2031. Dat sluit beter aan op de fiscale kalender.
Vanaf die datum geldt de pseudo-eindheffing voor alle auto’s die door werkgevers ter beschikking worden gesteld, ook wanneer deze al vóór 1 januari 2027 in gebruik zijn genomen. Alleen emissieloze voertuigen vallen buiten de heffing. Voor vervangend vervoer en lesauto’s gelden de hierboven genoemde uitzonderingen.
Geen vrijstelling voor dealerdemo’s
Niet alle wensen van de automotive branche zijn overgenomen. Voor dealerdemo’s komt er vooralsnog geen vrijstelling. Dat blijft een knelpunt voor dealerbedrijven.
Dealers hebben vaak niet volledig zelf invloed op de samenstelling van hun demovloot. Voor automerken is het bovendien belangrijk dat klanten bij dealers kennis kunnen maken met verschillende modellen en uitvoeringen, zowel elektrisch als brandstof-aangedreven.
Ook voor situaties waarin een werknemer een bestaande brandstofauto van de zaak meeneemt naar een nieuwe werkgever, komt geen uitzondering. Het kabinet blijft dit zien als een nieuwe terbeschikkingstelling. Daardoor wordt de pseudo-eindheffing in die situaties alsnog van toepassing.
Uitwerking volgt in Belastingplan 2027
De aangekondigde wijzigingen worden verder uitgewerkt in het Belastingplan 2027, dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Op woensdag 24 juni debatteert de Tweede Kamer nog over de maatregelen.
De verwachting is niet dat de Kamer de aangekondigde oplossingen ingrijpend zal wijzigen. De Tweede Kamer had het kabinet juist gevraagd om samen met het bedrijfsleven te zoeken naar oplossingen voor de knelpunten rondom de pseudo-eindheffing.
De afgelopen weken is hierover intensief overleg gevoerd met werkgeversorganisaties en brancheorganisaties uit de automotive sector.
Ook andere fiscale automaatregelen aangekondigd
Naast de aanpassingen rond de pseudo-eindheffing werkt het kabinet aan meer fiscale maatregelen voor zakelijke mobiliteit. Zo wordt gekeken naar een zogenoemde greentimer-regeling. Die moet het aantrekkelijker maken om tweedehands elektrische auto’s als zakelijke auto in te zetten.
Een dergelijke regeling kan de markt voor gebruikte elektrische voertuigen versterken en bijdragen aan een gezondere restwaarde van nieuwe EV’s.
Daarnaast onderzoekt het kabinet varianten om de huidige youngtimer-regeling minder abrupt af te bouwen. Ook wordt onderzocht of de motorrijtuigenbelasting op termijn anders kan worden ingericht. Waar deze nu gebaseerd is op gewicht, wordt gekeken naar een systeem op basis van voertuigafmetingen, zoals wielbasis en spoorbreedte.
Deze aanpassing vraagt meer tijd en zal naar verwachting niet vóór 1 januari 2028 worden ingevoerd.